Hoe meer ik om mij heen kijk, hoe meer ik zie dat veel mensen leven vanuit angst.
Angst om niet gezien te worden.
Niet goed genoeg te zijn.
Te veel te zijn.
Niet aardig gevonden te worden.
Lui gevonden te worden.
Tekort te komen.
Tekort te schieten.
En vanuit die angst gedreven worden we workaholics, perfectionisten, pleasers, doordouwers…
We ontwikkelen gedrag dat ons een soort schijnveiligheid geeft. Gedrag waarmee we proberen te voorkomen dat anderen zien hoe bang we eigenlijk zijn. Bang voor afwijzing. Bang om buiten een groep te vallen. bang om dat anderen iets van ons vinden.
Terwijl de meeste baby’s zonder die angst geboren worden. Als een blanco canvas. Open. Puur. Volledig zichzelf.
Hoe kan het dan dat zoveel volwassenen uiteindelijk leven vanuit spanning, aanpassen en voortdurende onrust?
Het antwoord ligt vaak in onze kindertijd.
Een tijd waarin we volledig afhankelijk zijn van de volwassenen om ons heen. Meestal onze ouders. Maar ook leerkrachten buren, broers en zussen kunnen daarin een rol spelen.
De belangrijkste verbinding voor een kind is die met de ouders. En veel ouders beseffen niet hoe cruciaal de kwaliteit van dat emotionele contact is. Echt gezien worden in wat je voelt. In wat je nodig hebt. Oprechte aandacht. Veiligheid. Liefde.
Maar veel ouders hebben zelf nooit geleerd diep te voelen wat zij nodig hebben. Dat werkt door in hun relaties, in spanningen thuis, uitgesproken of juist volledig onderhuids. En kinderen voelen dat haarfijn aan.
Dan hebben we het nog niet eens over ouders die veel afwezig zijn. Fysiek of emotioneel.
Kinderen ontwikkelen daardoor instinctief aanpassingsgedrag. Gedrag dat bedoeld is om verbinding te houden. Om niet verlaten te worden. Om veilig te blijven.
En precies dat gedrag zorgt er later voor dat je als volwassene vast gaat lopen.
Dat ze continu stress ervaren.
Moeite hebben met grenzen.
Relaties ingewikkeld vinden.
Zich verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen.
Geen rust ervaren in hun hoofd.
Altijd ‘aan’ staan.
Je blijft reageren vanuit oude angst, terwijl de situatie allang veranderd is.
Voor mijzelf gold precies hetzelfde.
Als kind van een dominante vader en een onzekere moeder voelde ik haarfijn de spanning tussen hen aan. Er was veel ruzie. Mijn vader was verbaal sterk en kreeg ons als kinderen vaak aan zijn kant.
Mijn moeder was ongelukkig en eenzaam. Door haar huwelijk weggerukt uit het werk waar zij zich juist gezien en gewaardeerd voelde.
Pas veel later ben ik gaan zien dat hoogbegaafdheid daarin waarschijnlijk een enorme rol speelde. Inmiddels zie ik dat niet alleen bij mezelf, maar ook bij mijn moeder, mijn zusje en mijn oma.
Ik deed ontzettend mijn best om een braaf meisje te zijn.
Mijn slaapkamer was netjes.
Speelgoed ruimde ik direct op.
Ik zag er altijd on berispelijk uit.
Maar tegelijkertijd kreeg ik als vijfjarige de verantwoordelijkheid om mijn zusje veilig naar school te brengen, waarbij een drukke straat moest worden overgestoken. Ik voelde een enorme druk om alles goed te doen.
Mijn vader was veel van huis voor zijn werk. Mijn moeder stond er emotioneel alleen voor.
Geen fijne basis voor een kind dat veiligheid zoekt.
Ik werd een pleaser.
Een perfectionist.
Maar ook een onzeker en teruggetrokken kind.
Ik voelde me nergens echt onderdeel van. Alsof ik er wel was, maar tegelijkertijd niet helemaal gezien werd om wie ík was. Toen ik later het huis uit ging, deed ik dat het liefst zo ver mogelijk weg.
Studeren durfde ik eerst niet. Ik was ervan overtuigd dat ik dat toch niet zou kunnen. Pas doordat iemand anders mijn potentie zag, durfde ik andere keuzes te maken.
Maar mijn oude overtuigingen bleven lang mijn leven bepalen. Ik heb mezelf prachtige kansen ontzegd vanuit de overtuiging dat ik niet goed genoeg was.
Pas tijdens mijn carrièreswitch richting integratieve psychotherapie begon ik werkelijk te begrijpen waarom ik deed wat ik deed.
Ik ontdekte hoeveel van mijn leven voor een groot deel was gebaseerd op angst.
Die ontdekking heeft mijn leven veranderd.
Ik begon eindelijk mezelf te begrijpen. Ik ging zien waar mijn gedrag vandaan kwam. Waarom ik voortdurend aanstond. Waarom ik mezelf kwijtraakte in aanpassen, zorgen, verantwoordelijk zijn en perfectionisme. Ik leerde voelen wat ík nodig had, in plaats van alleen bezig te zijn met wat anderen nodig hadden.
En misschien nog wel het belangrijkste:
ik leerde mezelf accepteren.
Ook mijn hoogbegaafdheid viel uiteindelijk op zijn plek. Ineens begreep ik waarom ik altijd zoveel dacht, zoveel voelde, zoveel oppikte bij anderen. Waarom oppervlakkigheid mij uitputte en waarom echte veiligheid en diepgang voor mij essentieel zijn.
En precies daardoor weet ik nu ook heel helder welke vrouwen ik het beste kan begeleiden.
In mijn praktijk merk ik steeds opnieuw dat juist vrouwelijke ondernemers van 40+ met kenmerken van hoogbegaafdheid ontzettend aanslaan op wie ik ben, mijn manier van werken en mijn energie.
Omdat er herkenning is.
Omdat zij voelen dat ik niet alleen begrijp waar ze last van hebben, maar ook hoe dat voor hen voelt.
Het zijn vrouwen die vaak al van alles geprobeerd hebben. Slimme vrouwen. Sterke vrouwen. Vrouwen die veel denken, maar ook diep kunnen voelen zodra die laag weer open mag.
En juist die combintie maakt dat er vaak een enorme klik ontstaat.
Ik krijg regelmatig terug dat vrouwen zich voor het eerst écht veilig voelen bij mij.
En juist die veiligheid is cruciaal.
Want pas wanneer iemand zich werkelijk gezien voelt, ontstaat de ruimte om diep naar zichzelf te kijken. Naar oude pijn. Oude overtuigingen. Oude patronen.
Een cliënt die onlangs haar traject afrondde, verwoordde het heel treffend. Ze zei dat ze voor het eerst zo’n klik voelde met een begeleider en dat juist dát ervoor zorgde dat ze eindelijk echt diep durfde te kijken naar zichzelf. Dat die voorwaarden er eerder simpelweg niet waren geweest.
Dat raakte me diep.
Omdat ik geloof dat echte verandering begint op het moment dat iemand voelt, “hier hoef ik mezelf niet meer te verstoppen.”
En precies dát gun ik andere vrouwen ook.

